Bij vakantie aan de Spaanse Oostkust denk je meteen aan massatoerisme. Barcelona, maar ook plaatsen als Lloret de Mar, Denia en Benidorm maken menig rustzoekende camperaar nerveus. Okay, als je van Patat van Piet houdt dan kan je daar prima terecht. Maar het is ook bruin of rood worden op het strand en veel bier drinken. Dat hoeft gelukkig heus niet overal en altijd.
HET BEGINT AL AAN DE GRENS

Wij rijden begin oktober door een koud en nat Frankrijk richting Spanje. Wij doen dit tot Perpignan over de tolwegen. Als we in de buurt van de Middellandsezee komen wordt het weer mooier en warmer. Vanaf Perpignan kiezen wij de route langs de kust en al kronkelend komen we in Cerbère, bij de Frans-Spaanse grens. Wij staan een nacht op de prachtig gelegen gemeentelijke camping aan zee. Uitzicht en zonsopkomst zijn hier geweldig. En allemaal mensen die rond hun kamppeerplek keuvelen of een wandeling maken langs de kustoever.
NIET STEEDS LANGS DE KUST
Wij passeren de grens langs een verlopen douanehuisje en rijden omhoog en omlaag langs de kust. Tot de weg afbuigt en wij worden gedwongen om het binnenland in te rijden. Ons plan, om helemaal langs de kust te rijden, zit er niet in. Als je het echt wil, kan het wel. Maar dat kost veel tijd met veel rotondes en drempels. Wij willen al over een paar dagen ten zuiden van Valencia zijn, waardoor wij tot de conclusie komen dat het niet steeds langs de kust kan. Wij kiezen wat hoofdwegen, een snelweg en zelfs (maar dat was nu ook weer niet de bedoeling) de file door Barcelona. Maar, na Barcelona kunnen we gelukkig weer een stuk kronkelen langs de kust. Aan het eind van de middag zijn we in Sitges. Weliswaar een toeristenplaats en de camping is redelijk vol, maar bijna allemaal rustige mensen.
DE VOLGENDE DAG MEER VAN HET ZELFDE

Na Sitges rijden we verder, op dezelfde manier als de dag ervoor. Opnieuw wat saaie stukjes hoofdweg en snelweg, maar ook weer mooie stukken langs de kust. We komen in Peñiscola, met de oude stad als een burcht op een rotsformatie. Hoewel dit ook een toeristenstad is, is het op een zondag in oktober betrekkelijk rustig. Veel Spanjaarden die over de boulevard flaneren. Wij krijgen vandaag wel te maken met de overvloedige regenbuien, die in de herfst de Spaanse Oostkust kunnen teisteren. Onderweg hebben we al zo’n bui te pakken. De camping ziet er ook behoorlijk nat uit. Wij spreken mensen, die er al een paar dagen zijn. Zij vertellen dat het daar een paar dagen aaneen hard heeft geregend en dat het pas sinds een uur droog is.
VERDER OVER DE SNELWEG
Peñiscola ligt ongeveer 150 kilometer boven Valencia. Het ziet er naar uit dat de regen in deze omgeving, nog wel even blijft hangen. Ons eigen Nederlandse buienradar is daar duidelijk over. Wij willen van Peñiscola naar Javea, dat ongeveer 100 kilometer ten zuiden van Valencia ligt. Wij kiezen vandaag voor de snelweg. Daar komen wij ook in een stevig buiengebied, vele malen erger dan de dag ervoor. Er komt zelfs een waarschuwing van het Spaanse alarmsysteem om het rustig aan te doen. Maar, zoals wel meer, ergens ten zuiden van Valencia rijden we door een bergtunnel en we komen letterlijk van de regen in de drup. Als we de tunnel uit komen is de regen zo goed als over en we rijden over een droge weg naar Javea. Daar zien we in het noorden een zwarte lucht en onweersflitsen, maar hebben er verder geen last meer van.
JAVEA

Javea of Xàbia, spreek uit Gàbia, is een vakantieplaats waar vooral de Spanjaarden zelf komen. De patat van Piet heb je er niet, maar wel heerlijke vismaaltijden en allerlei paella’s. De oude stad van Javea ligt boven op een heuvel, waar je wat kan rondlopen. Rond Javea maken we korte fietstochten door de wijngaarden. Ook doen we een fietsrondje naar en van Denia door om de berg Montgó heen te rijden. Deze berg steekt als een puist tussen Javea en Denia omhoog. We fietsen er omheen met klimmetjes van toch wel 8%. Met de auto gaan we naar Mirador del Cap de la Nau, zo’n tien kilometer ten zuiden van Javea. Daar heb je een prachtig zicht over de kustlijn van de provincie Valencia. Als je wilt kronkelen met je auto, moet je dat zeker hier doen: haarspeldbocht na haarspeldbocht om boven op het uitzichtpunt te komen.
VALENCIA

Vanuit Javea doen we een dagje Valencia. Ik verheug me van tevoren op de gebouwen van stararchitect Calatrava. Deze staan in de oude bedding van de rivier de Turia, die om de stad heen is verlegd. De oude rivierbedding is voor een groot deel ingericht met een stadspark. Voor de resterende gronden is Calatrava gevraagd een plan te maken. Dat heeft hij gedaan met onder meer een groot theater, een groot technisch museum en een grote evenementenhal. Deze gebouwen zijn in de periode tussen 1995 en 2010 gerealiseerd. Het is een indrukwekkend complex, maar het valt me toch tegen. Het komt op mij nogal megalomaan over. Eén van de gebouwen ergens in de stad zou het goed kunnen doen, maar dit zijn er te veel bij elkaar. En ook nog onderling verbonden met andere, wat men noemt, grote gebaren. Bombastisch, anders kan ik het niet omschrijven.
IN STRAF TEMPO TERUG
Wij rijden in een straf tempo terug naar huis. Via allemaal snelwegen en, direct na de Pyreneeën, door uitgesproken herfstweer met veel regen en een harde wind. En een stuk kouder dan we hadden aan de Spaanse Oostkust.
Wil je reageren op deze blog? Ga dan met de groene knop naar de postbus van deze website. Wil je er ook bij vermelden op welke blog je reageert?
Wil je deze blog met anderen delen? Dan mag je met de blauwe knop naar LinkedIn en met de rode knop naar Pinterest; met de oranje knop stuur je een mail naar een bekende van je om hem of haar te laten weten dat je de blog interessant vindt. Bedankt voor de door jou getoonde interesse in deze blog.